facebookPixel Bijzondere Verrichtingen Motorrijbewijs | Rijschool Hero

Bijzondere verrichtingen motorrijbewijs

Zoals je waarschijnlijk al weet zijn er twee verschillende examens voor het motorrijbewijs. Dit zijn het AVB en AVD examen. Tijdens het AVB examen wordt de voertuigbeheersing van de leerling getoetst. In dit examen zitten veel verschillende soorten oefeningen om te bewijzen dat je de motor voldoende onder controle hebt. Maar welke bijzondere verrichtingen komen allemaal voor op het AVB examen?

Alle bijzondere verrichtingen motor op een rij

Hieronder kun je alle 12 bijzondere verrichtingen vinden die voorkomen op de verschillende motorexamens. De dikgedrukte bijzondere verrichtingen moet je altijd uitvoeren op het AVB examen voor het motorrijbewijs.

  1. Wegrijden uit parkeervak
  2. Achtje draaien
  3. Snelle slalom
  4. Noodstop
  5. Precisiestop
  6. Stopproef
  7. Lopen met de motor
  8. Langzame slalom
  9. Uitwijkoefening
  10. Stapvoets rijden
  11. Halve draai: linksom en rechtsom
  12. Vertragingsoefening

1. Wegrijden uit parkeervak

Bij deze oefening is het de bedoeling dat je met een gecontroleerde bocht naar rechts of links wegrijdt uit een parkeervak. Dit is tijdens het examen een denkbeeldig parkeervak dat is gemaakt met pylonen. De examinator geeft aan of je rechts of links het parkeervak moet verlaten. Het is hierbij wel belangrijk dat je binnen de rijbaan blijft.

2. Achtje draaien

Bij deze oefening draai je een acht binnen een rechthoek met twee pylonen in het midden. Je voert deze oefening uit met een trekkende motor. Bij deze oefening moet je een gelijkmatige snelheid aanhouden. Daarnaast mogen je voeten de grond niet aanraken. Nadat je het achtje hebt uitgevoerd, rijd je de rechthoek uit.

3. Snelle slalom

Bij deze oefening rijd je in een rechte lijn met 30 km/u op de eerste pylon af. Vervolgens slalom je door alle pylonen heen met een constante snelheid van 30 km/u. Hierbij is het belangrijk dat je met je heupen stuurt en de motor mooi afgeschuind. Na de laatste pylon rijd je weer weg in een rechte lijn.

4. Noodstop

Je komt aanrijden met een constante snelheid van 50 km/u. Bij het pylonen poortje draai je het gas dicht en trek je direct de koppeling in. Ook maak je gelijk gebruik van beide remmen om zo snel mogelijk tot volledige stilstand te komen. Hierbij is het belangrijk dat je ten alle tijden controle houdt over de motorfiets.

5. Precisiestop

Ook hier kom je aanrijden met een constante snelheid van 50 km/u. Bij het poortje begin je direct met remmen. Zorg ervoor dat je voor het einde van het laatste poortje mooi tot stilstand komt. Hierbij is het belangrijk dat je de motor in zijn eerste versnelling zet voordat je tot stilstand komt.

6. Stopproef

Bij deze stop oefening kom je ook aanrijden met een constante snelheid van 50 km/u. Deze oefening is hetzelfde als de noodstop. Echter mag je hier iets verder tot stilstand komen. Daarnaast moet je hier ook terugschakelen naar de eerste versnelling. Ook mag je bij deze oefening geen gebruikmaken van het ABS systeem van de motor.

7. Lopen met de motor

Bij deze oefening loop je aan de linkerzijde van de motor. Hierbij heb je allebei je handen aan het stuur en is de motor uitgeschakeld. Vervolgens parkeer je de motor door middel van een bocht achteruit in het parkeervak. Hier zet je de motor neer op de standaard. Hierbij is het belangrijk dat je de motor uit zijn vering trekt. Daarna haal je de motor van de standaard af en loop je rechtsaf weg uit het parkeervak.

8. Langzame slalom

Deze oefening wordt door veel leerlingen als lastig ervaren. Bij deze oefening slalom je langzaam door de pylonen heen met een trekkende motor. Dit doe je op een constante snelheid. Hierbij mag je gebruikmaken van de voetrem. Je stuurt met je heupen of met het stuur.

9. Uitwijk oefening

Bij deze oefeningen kom je met een constante snelheid van 50 km/u aanrijden bij het poortje. Na het poortje wijk je direct uit naar links zonder je remmen te gebruiken. Hierbij mag je tegensturen. Je ontwijkt de pylonen en je komt weer rechts van de laatste pylon uit.

10. Stapvoets rijden

Bij deze oefening volg je het looptempo van de examinator. Dit doe je met een trekkende motor. Hierbij mag je de voetrem gebruiken om de snelheid te corrigeren. Beide voeten moeten op de voetsteunen blijven. De snelheid van de examinator moet je over een lengte van 20 meter aanhouden.

11. Halve draai: linksom en rechtsom

Deze oefening begint hetzelfde als een achtje draaien. Je rijdt met een trekkende motor de rechthoek in. Op het einde van de rechthoek voer je een halve draai uit. De examinator zal aangeven aan welke kant je de halve draai moet uitvoeren. Hierbij is het belangrijk om te kijken waar je naartoe wilt. Hierdoor wordt de oefening makkelijker. Je voeten mogen de grond niet raken.

12. Vertragingsoefening

Je komt aanrijden bij het poortje met een snelheid van 50 km/u in de derde versnelling. Na het poortje rem je direct af naar 30 km/u en schakel je terug naar de tweede versnelling. Je slalomt vervolgens met 30 km/u door de pylonen heen. Ook bij deze slalom stuur je vanuit je heupen. Na de laatste pylon rijdt je weer in een rechte lijn weg.

Inhoudsopgave
Gratis proefles